Paardentaal is een gratis digitaal paardenmagazine samengesteld voor de bewuste paardenliefhebber.

Tao en "horsemanship"

by <a href='https://paardentaal.smallteaser.com/user/dirkvangheluwe' class='captionLink'>Dirk Van Gheluwe</a>
by Dirk Van Gheluwe

“Wuwei” is Chinees voor niet handelen. Het taoïsme is geen filosofie van niets doen in de betekenis van luieren, maar wel van deelnemen aan het “leven”. Kristofer Schipper zegt over “wuwei”: “uit liefde en respect voor het leven zoeken naar de bron van innerlijke kracht.” Het begrip “innerlijke kracht” is hierbij de vertaling van het tweede woord uit Tao Te Ching, vaak vertaald als “deugd” (“Te”). Het uiteindelijke doel van “wuwei” is het streven naar een evenwichtige situatie en zodoende, zacht en onmerkbaar, in harmonie te geraken met het zelf, de anderen en de omgeving. (zie definities, onderaan)

Er zijn veel overlappingen tussen Tao en “horsemanship”! Net als “good horsemanship” is Tao een zaak van “levenskunst” en van “levenslang leren”. Leerlingen van Tao leren hetzelfde als leerlingen van het paard, namelijk in harmonie leven met liefde en respect voor de natuur. Goed leven wordt in taoïstische teksten vaak omschreven met woorden als geduld, evenwicht, verdraagzaamheid, eenvoud, focus, stil zijn, soepel zijn. Wuwei of niet tegen de natuur van de dingen in handelen, en weiwuwei of soepel, moeiteloos handelen, met de stroom meegaan, vormen tevens de basis van “good horsemanship”.

Meer dan de helft van de 81 teksten in de “Tao Te Ching” gaat over leiderschap! Persoonlijk, dienend, wijs leiderschap vanuit innerlijke kracht (=“Te”). Dit beeld van een wijs, zachtmoedig, bescheiden leider in de Tao Te Ching is al 2300 jaar oud! Naast vele aanwijzingen over leiderschap gaan vele teksten over de juiste houding (mentaal) tegenover zichzelf en de medemens. Taoïstische filosofie wil de mensen aan het denken zetten. Daarom de vele paradoxen: “Ook de Tao hoef je niet te volgen, er is geen weg naartoe, de Tao heb je immers al, de Tao is alles en overal.” (Kristofer Schipper) Een ander voorbeeld is de tekst 67 over drie eigenschappen waar leiders op vastlopen. Lao Tse steekt de draak met het egocentrische karakter van leiders die proberen dapper te zijn door geen mededogen te kennen, of zij die trachten vrijgevig te zijn en hun spaarzaamheid opgeven, of zij die niet in nederigheid geloven en altijd haantje de voorste willen zijn. Mededogen brengt moed voort, zegt Lao Tse, spaarzaamheid, vrijgevigheid en nederigheid leiderschap. Waarom? Omdat mensen met deze eigenschappen voor harmonie, verbinding, het grote geheel, de gemeenschappelijke grond, het “leven” kiezen, en niet voor het ego, de dood, het isolement. 

“Wuwei” ken ik al langer als een onderdeel van de Chinese filosofie. Daar is het een esoterisch maar ook een heel praktisch begrip voor een goede relatie met mens en dier. Sinds onze twee paarden vier jaar geleden bij ons kwamen, heb ik er al vaak moeten aan denken. Met paarden omgaan is voor mij van in het begin speciaal geweest. Paarden kwamen in mijn leven op een ogenblik dat ik rust nodig had en ruimte voor mezelf wilde creëren. Ik wilde een beter contact en een gevoel van verbinding met mezelf, met anderen, met het “grotere geheel”. Ik leerde om met aandacht bij onze paarden aanwezig te zijn en zonder oordeel waar te nemen wat er op dit moment “is”. Door bewust contact met ze te maken, en later enkel door aan ze te denken, werd ik vanzelf rustig. Ik leerde van onze paarden de levensfilosofie van Lao Tse: “Accepteer wat je voor je ziet zonder iets te willen veranderen. Bestudeer de natuurlijke gang van zaken en werk mee en niet tegen, want wat “is” kan je niet veranderen zonder weerstand op te roepen.” Eigenlijk is dat de enige natuurlijke wet. Simpel, eenvoudig, precies wat ik op dat moment nodig had,… maar ik deed er wel vier jaar over om te leren zo gewoon mezelf te zijn, zonder iets te willen bereiken, zonder iets te doen.

Nu vind ik altijd rust, stilte en mezelf terug bij onze paarden. Hoewel ik het woord meditatie niet gebruik, brengen mijn paarden mij daar buiten, midden in de natuur, gemakkelijk in contact met mijn werkelijke natuur, mijn innerlijke ruimte.
 Het voelt alsof ik niets doe en toch doe ik iets dat heel waardevol is: samen met onze paarden zijn, kijken, gewaar zijn, voelen. Voor mij is dat eigenlijk hetzelfde als mediteren. Stilstaan bij mijzelf zodat ik contact kan maken met wat er in en rond mij leeft. Ik neem bewust de omgeving in mij op en maak contact met de natuur, de paarden en mijzelf. Aandacht hebben, gefocust zijn, zo min mogelijk dwingen of weerstand bieden. Zo ben ik vertrouwd geraakt met de werking van mijn lichaam, mijn denken en voelen. Ik kan nu ook zonder paarden die situatie scheppen, thuiskomen bij mezelf in voeling met wat gebeurt, in vertrouwen en met een open geest, alleen of samen met anderen.

Indien we met de dieren konden spreken en ons in woorden uitdrukken, dan ware het niet nodig om over onszelf, ons lichaam, ons bewustzijn na te denken. Dan was er geen taalprobleem, dan moesten we geen manier zoeken om te communiceren. Maar dan viel er niets te onderzoeken en niets te leren! Gelukkig maar is het met paarden zoals met het leven: je moet het be-leven, het ont-dekken. Jezelf leren kennen, je omgeving, je paard leren kennen. Een goede verstandhouding met je paard opbouwen, zijn/haar essentiële behoeften leren kennen en aan voldoen. Dàt is juist het mooie en het unieke aan het verhaal!

(*) Definities:

“Wuwei” is weten wanneer wel en wanneer niet te handelen. De letterlijke betekenis van “wuwei” luidt: “niet tegen de natuur van de dingen in handelen”. M.a.w. spontaan en natuurlijk handelen, zonder inspanning, zonder streven. Soepel, moeiteloos handelen, met de stroom meegaan.

“Wuwei” is een begrip uit het taoïsme. Het gaat om vredig zijn, leven, genieten, gelukkig zijn, “go with the flow”, deelnemen aan wat er “is”. “Wuwei” staat tegenover “youwei”: ingrijpend, doelgericht of gemotiveerd handelen. “Wuwei” kan je dus niet proberen, want proberen is al doelgericht.

“Wuwei” wordt besproken in de 81 teksten van de Tao Te Ching, het klassieke werk over het taoïsme toegeschreven aan de chinese “oude meester” Lao Tse uit de vijfde of vierde eeuw voor Christus.

“Als je niets verstoort, blijft alles in orde.”