Paardentaal is een gratis digitaal paardenmagazine samengesteld voor de bewuste paardenliefhebber.

Hè, wat is jouw paard zielig…

by Evelien de Roode
by Evelien de Roode

Er staat een pony in de wei, met een dikke wintervacht die vol regendruppels ligt. Het dier heeft geen deken en – eerlijk is eerlijk – hij ziet er ook wel érg mager uit. Dat lijkt verdacht veel op verwaarlozing, maar hij heeft wel water en er ligt ook wel hooi…

Een paard staat op stal, in een dikke laag stro, geschoren en daarna flink ingepakt met dekens. Het dier komt van stal met zadel en hoofdstel. Een nierdeken beschermt de organen tegen de kou. De amazone rijdt met stang-en-trens en met sporen. Dat lijkt verdacht veel op mishandeling, maar het paard ziet er niet angstig uit…

Ieder van ons herkent zich in meer of mindere mate in (een van) beide gedachtes. De waarheid ligt vermoedelijk in het midden.

De natuur

De natuur heeft een enorm scala aan zaken enorm goed geregeld. Zo vallen paarden in de winter in de natuur af – ze gebruiken hun in de zomer zorgvuldig opgebouwde isolatie, om in de winter warm te blijven. Dit jojo-effect is ook een fijn mechanisme om bijvoorbeeld hoefbevangenheid tegen te gaan. Handig. Niet zo handig is dat wij mensen náást de energie die nodig is voor warm blijven, onze paarden ook in de winter graag lekker aan het werk houden. Veel paarden zouden dan wel erg mager worden.

Er is dus iets te zeggen voor een warme droge stal – hoewel er nooit iets voor valt te zeggen dat een paard daar 24 uur per dag in moet staan. Er is iets te zeggen voor een warme deken als je paard niet kan schuilen in een droge stal. Er is ook iets voor te zeggen dat een stang-en-trens niet thuishoren in de mond van een paard en dat paarden hun eigen warme winterjas aantrekken wanneer zij denken dat het nodig is.

Waar we allemaal niet om heen kunnen, is het feit dat onze gedomesticeerde paarden lang zo dicht niet meer bij de natuur staan als sommigen ons willen doen geloven. Gaan we helemaal ‘terug naar de natuur’, dan zal een deel van onze paarden dat niet overleven. Welvaartsziekten en in-gefokte kenmerken zijn daar debet aan.

by Evelien de Roode
by Evelien de Roode

Terug naar de natuur, hoe ver moeten we gaan?

De natuur is een wonderlijke, magische plaats. De bron van al het goede. Een plaats die voorziet in de behoeftes van een ieder. Of toch niet?

Wij zijn allemaal gek op onze paarden. Er is maar weinig dat we niet voor ze zouden doen. De natuur staat daar nét even anders in. Is er geen eten? Helaas, een deel van de populatie overleeft het niet. Heerst er een ziekte? Helaas, een deel van de populatie overleeft het niet. Ben je dom en eet je een giftig plantje? Helaas, ook dat vertel je niet na. Koliek? Jammer, maar helaas.

De natuur regelt haar eigen 'demografische ontwikkeling'. Overbevolkt? Dan is er vanzelf onvoldoende eten en sterft een deel. Op die manier overleven enkel de sterkste en slimste dieren van een soort. In dat opzicht maken wij mensen er een potje van, door te fokken met dieren met hele extreme uiterlijke kenmerken. Extremen zijn vaak niet de sterkste dieren van een soort.

De sterkste dieren overleven, de zwakkeren niet. Dat is natuurlijke selectie. De natuur is prachtig. De natuur is keihard.

De natuur kent overigens ook geen castratie. Is jaarlijks of tweejaarlijks een veulen uit je merrie niet helemaal de bedoeling? Helaas, de natuur denkt daar anders over. Je wil je mannelijke paarden vreedzaam laten samenleven met je merries? Als er genoeg ruimte is, is dat geen probleem. Overbevolkt? Jammer, je hengsten vechten tot de dood erop volgt. Prachtig. Keihard.

Zijn wij, in al onze emotionele betrokkenheid, bereid écht natuurlijk met onze paarden om te gaan? Geen dierenarts, geen holistische diergeneeskunde, geen natuurgenezers, geen hoefbekappers? Écht terug naar de natuur?

Zijn wij bereid onze geliefde dieren te laten sterven omdat ze de zwakste van de kudde zijn en de natuur de zwakkeren graag opruimt?

Als het antwoord daarop 'nee' is, kunnen we dan misschien stellen dat 'afhankelijk van het paard en afhankelijk van de ambitie van de ruiter zoveel als mogelijk bij de natuur in de buurt komen', misschien de beste optie is? Ja, de ambitie van de ruiter mag in mijn ogen meespelen, de meesten van ons hebben toch paarden om er niet alleen maar naar te kijken. Ambitie mag uiteraard geen reden zijn voor schoppen, slaan en ander geweld, zoals het 'soring' in de Tennessee Walkers. Dát is wel mishandeling. Een paard zo mager laten worden in de winter dat hij zichzelf niet meer warm kan houden? Dat is wel degelijk verwaarlozing.

Bewustwording en hulp, geen oordeel

Kunnen we als (natuurlijke of minder natuurlijke) paardenhouders proberen elkaar niet continu te veroordelen en beoordelen op het feit dat de een zijn paard een handje of twee aanvullende voeding geeft en de ander zijn paard onder een deken zet? Niemand kent het hele verhaal van de ander. Niemand weet welke stappen een ander al heeft gezet in de zoektocht naar een paard-waardig leven voor zijn of haar sportpartner en beste vriend. Niemand heeft de wijsheid in pacht. Wie pretendeert haar te hebben, is overmoedig en arrogant.

Kunnen we elkaar proberen te informeren, zonder belerend te zijn? Elkaar te helpen met oplossingen en ideeën in plaats van met verwijten? De paardenwereld is niet wit, en ook niet zwart. De paardenwereld is ongelofelijk grijs – in een enorme diversiteit aan tinten.

Mijn tintje grijs? Ik hou mijn paard krachtvoer-arm, ruwvoer-rijk, veel buiten, mét deken, zoveel mogelijk bitloos en mét enige sportambitie, maar daarin heeft mijn paard een keuze qua richting.

Welke tint ben jij?